advertentie google

Dit verhaal is geschreven n.a.v. het verhaal van de Goede Herder - Johannes 10.

Hou jij ook zo van de lente? Ik wel. Als ik dan ’s ochtends vroeg wakker word is het al licht en dan hoor ik de vogeltjes fluiten. En dan word ik zelf ook vrolijk. Maar er is nog iets wat ik leuk vind aan de lente. Dat zijn de lammetjes in de wei. Lammetjes  zijn klein en zacht en kun je heerlijk aaien. En soms maken ze van die gekke sprongen. Ja, als je mij zou vragen wat ik het leukste vind aan de lente, dan zijn het de lammetjes!

James is ook zo iemand die erg veel van lammetjes houdt. En hij heeft ook nog het allerleukste beroep wat er is, vindt James dan.  Want James is namelijk herder. Tegenwoordig lopen de lammetjes in de wei, maar in de tijd van de bijbel hadden ze geen wei. Toen trokken de schapen er op uit en zochten ze een stukje grond waar er voldoende eten was voor de schapen, maar ja dat kunnen de schapen natuurlijk niet alleen. Daarom was er altijd een herder die bij de schapen was, hij zorgde dan voor de lammetjes en beschermde ze voor wilde dieren en ook of een schaap niet te ver van de kudde afdwaalde. Een herder was vaak heel de dag met zijn kudde op pad en keerde vaak aan het eind van de dag terug. En dat werk doet James dus ook! James hield erg veel van zijn schapen en zorgde er ook erg goed voor. En hij lette altijd heel goed op of al zijn schaapjes wel bij hem waren. Want stel je voor dat er een schaapje afdwaalde en werd gegrepen door een wild dier? Dat wou James natuurlijk niet!

Nog een heuvel, en dan was hij eindelijk bij de stal. James had heel de dag met zijn kudde door de heuvels gezworven. Het viel niet mee, om voldoende voedsel voor de schapen te vinden. Maar nu konden de schapen zo lekker uitrusten in de stal, en hij zelf ging nog even langs bij wat vrienden dat had hij wel verdiend na zo’n lange dag vond James.

James deed de deur naar de stal open, één voor één gingen de schapen naar binnen. En James telde, hé wat raar hij telde maar 99 schapen. Hij zou er 100 moeten hebben. James liep een rondje om de stal, maar nee ook daar was geen schaapje. Misschien had hij wel verkeerd geteld. En James begon opnieuw…. Maar weer kwam hij maar op 99 schapen uit.

En opeens wist James welk schaap hij miste. Het was Kaleb. Het was altijd Kaleb die afdwaalde, Het was Kaleb die als James rechts ging, links afsloeg. En vandaag nog moest hij Kaleb wel drie keer redden van een wild dier, omdat het niet luisterde naar James. James zuchtte… Had Kaleb dan helemaal niets geleerd? Ja Kaleb was vaak ongehoorzaam, maar toch hield de herder van het schaap. Hij zou altijd blijven houden van Kaleb en van alle andere schapen ook al waren ze soms dom, en dwaalden ze net als Kaleb meerdere keren van de kudde af.

Daarom sloot James de 99 schapen in de stal op. Pakte zijn staf en ging op zoek naar Kaleb. En dat deed James omdat hij heel veel van Kaleb hield, ook al was het schaap voor de zoveelste keer ongehoorzaam geweest. James had ook kunnen zeggen: Nou het is de vierde keer vandaag dat ik Kaleb moet terughalen of zoeken. Weet je wat... ik heb nog 99 schapen, eentje minder maakt ook niet meer uit. IK ga lekker naar mijn vrienden dat vind ik veel leuker. Maar nee, dat deed James niet, James ging op zoek.

James zocht overal, ongerust keek hij naar de lucht. Het werd al bijna donker, als het echt donker werd en hij Kaleb nog niet gevonden had dan werd het zeker opgegeten door een wild dier. En nog eens riep James het schaap. En eindelijk…. Hoorde hij daar blaten? Was dat Kaleb? Vlug liep James op het geluid af. En ja hoor daar had hij Kaleb gevonden.

Kaleb was in een diepe kuil gevallen en gewond geraakt aan zijn poten. Voorzichtig nam James Kaleb in zijn armen. En droeg het terug naar de stal. Daar verzorgde hij vol liefde de wonden van Kaleb, en liet het toen achter bij de andere schapen.

En James? Die ging alsnog naar zijn vrienden en hij vertelde: Ik was een schaap kwijt, maar ik heb het gevonden. Niet alleen James was blij dat het schaap weer gevonden was, maar ook zijn vrienden. Ze vierden samen feest.

Jullie zien wel dat James erg veel van zijn schapen houdt en ze steeds weer opzoekt. De Heere Jezus is eigenlijk onze herder, en wij zijn Zijn schapen. Als we ongehoorzaam zijn, of niet luisteren dan dwalen we net als Kaleb af. Maar omdat de Heere Jezus van ons houdt, net als James van zijn schapen, zoekt hij ons steeds weer op om ons terug te brengen naar Zijn kudde!

Waar ging het verhaal over?

Ken je nog iemand in de bijbel die herder was? (later werd hij koning)

Wat deed het schaap Kaleb?

Waarom ging James Kaleb zoeken?  

Wat doet de Heere Jezus als wij afdwalen net als Kaleb?