advertentie google

Durf jij daar naar binnen te gaan en te kijken wat er achter die deur zit, vraagt Marleen zacht aan Nienke. Dat durf ik best, zegt Nienke stoer, maar wat moet ik daar dan doen? Gewoon even kijken, zegt Marleen. Al sinds ik hier op school zit wil ik weten wat daar verborgen ligt. Ja maar op de deur staat heel duidelijk, verboden toegang, dus we mogen daar helemaal niet komen, fluistert Nienke. Dat weet toch iedereen, zegt Marleen, maar we doen het toch. Misschien ligt er wel een schat, of hele waardevolle spullen. Jaja, zegt Nienke, of helemaal niks, allemaal troep, misschien is het wel een rommelhok en staan er alleen bezems en scheppen en dingen die saai zijn. Dat zullen we dan wel zien, zegt Marleen, ga jij maar eerst, dan houd ik de wacht. Nienke vindt het prima, ze loopt heel onopvallend naar de donkerblauwe deur en trekt het open. Ze kijkt naar binnen, ze ziet niet veel, het is er donker, er brandt geen licht. Zie je iets, roept Marleen, wat staat er? Dat kan ik niet zien, zegt Nienke, laat maar, het is er donker en volgens mij ook groot, maar ik zie weinig. Ga dan even naar binnen, zegt Marleen, en kijk even goed. Nienke trekt de deur verder open en loopt de ruimte in, ze kijkt om zich heen, met een knal valt de deur achter haar dicht, daar staat ze in een donkere ruimte. Ze loopt snel terug naar de deur en duwt er tegenaan. Het gaat niet los. Marleen, Marleen, help eens even, de deur zit klem, ik kom er niet uit. Marleen, Marleen, waar zit je. Marleen staat op de gang en kijkt om zich heen, er komt iemand aan, ze hoort voetstappen, wat moet ze nu doen, als ze wegloopt zit Nienke helemaal alleen in die donkere kast en wie helpt haar dan? Ze loopt snel weg naar een plek waar ze niet opvalt. De meester van groep 8 loopt langs, ha Marleen, zegt hij vrolijk, hoef jij niet naar je klaslokaal? Ja ik ga al, roept Marleen en ze doet net alsof ze naar haar klas loopt. Maar zodra meester Johan uit de buurt is rent ze terug naar de deur met het bordje Verboden toegang. Ze hoort Nienke snikken. Huil je, vraagt ze zacht bij de deur. Ik kan er niet uit, zegt Nienke, de deur zit vast en het is hier super donker, het lijkt hier wel nacht. Zit daar geen lamp? Vraagt Marleen. Vast wel, zegt Nienke, maar ik zie niks, dus hoe moet ik dat dan weten? Zit er op de gang bij jou geen knopje? En waarom trek je de deur niet voor mij open? Je moet me helpen Marleen. Jaja zegt Marleen, maar meester Johan kwam eraan dus moest ik even ergens anders gaan staan, ik ben er alweer en zal proberen of ik de deur openkrijg. Marleen trekt aan de deurkruk, ze trekt zo hard ze kan, maar het lukt niet, het gaat niet, de deur zit klem, het lijkt wel of het op slot zit, maar dat kan niet, want het stond eerst nog open, het gaat alleen wat moeilijk los, dat is alles. Marleen roept, het wil niet Nienke. De schoolbel klinkt en Marleen zegt: De les begint, ik moet gaan, want anders krijgen we straf en moeten we nablijven, ik ga naar de klas en zeg wel dat je ziek bent, ik kom je na de les gelijk redden. Nienke schrikt, moet ze hier nu de hele middag zitten, helemaal alleen in het donker? Dat is niet eerlijk, zij wilde helemaal niet weten wat in de kast zat, dat wilde Marleen graag en nu gaat Marleen weg en zit Nienke met de gebakken peren. Nienke is verdrietig, wat moet ze nu doen, ze denkt na. Wat zou mama hebben gedaan, of papa, of haar grote broers, wat zouden doen? Het is alsof ze haar broer hoort zeggen: Zorg voor licht, zorg dat je ziet waar je bent, zorg dat je weet wat er om je heen gebeurt. Ja dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, Nienke weet wel dat ze licht nodig heeft, maar waar zit een knopje? Zit er een knopje in de kast? Hoe kan ze die dan vinden. Misschien moet je voelen met je handen, net alsof je blind bent en niks kunt zien. Dat kan ik proberen denkt Nienke, ze voelt met haar handen eens links. Dat voelt alsof er een soort kast staat, een rek. Ze voelt wat erop staat, au, dat is scherp en doet pijn. Ze voelt rechts, daar staat een kast en als ze goed voelt, voelt ze deuren, ze trekt een deur los en voelt met haar handen in de kast, daar liggen schriften, of boeken, het voelt in elk geval wel zo. Misschien mag ze daar wel helemaal niet aankomen, misschien is het wel super belangrijk. Ze schuift een beetje opzij, ik moet terug naar de deur, denkt Nienke, want een knopje voor het licht zal altijd zitten in de buurt van de deur. Ze voelt dat ze de hoek van de kast bereikt heeft, ze laat haar handen langs de zijkant van de kast glijden en legt haar handen op de muur. De muur is koud, brrrrr, dit is helemaal niet leuk, het is donker en koud en Nienke zoekt het licht. Ze komt steeds dichterbij de deur, ze ziet het aan een klein streepje licht die onder de deur doorschijnt. Nienke is blij dat ze dat streepje ziet, zo weet ze in elk geval waar ze heen moet en dat ze de goede kant op gaat. Als ze vlakbij de deur staat laat ze haar handen over de muur glijden, eerst aan de ene kant van de deur, daar voelt ze niks, helemaal niks en dan gaat ze naar de andere kant van de deur, en ja hoor daar voelt ze een knopje. Nienke drukt op het knopje en ineens is alles licht, ze kan nu zien waar ze is, ze staat in een grote diepe kamer met allemaal kasten en stellingen en dozen en boeken, het staat er propvol. Maar gelukkig kan ze nu zien wat er aan de hand is en waar ze is en of er gevaarlijke dingen staan, of iets op haar kan vallen, of er iets is wat haar pijn kan doen. Ze is al veel minder bang, ze probeert de deur weer open te duwen, het lukt niet, maar dan hoort ze voetstappen, harde zware voetstappen. Met een ruk gaat de deur open, daar staat meester Johan. Verbaasd kijkt hij naar Nienke. Wat doe jij hier, ik dacht dat jij ziek was, ik hoorde toch echt dat Marleen jou ziek meldde bij juf Ineke. Nienke kijkt verschrikt, ze droogt de tranen op haar wangen en zegt: Nou eigenlijk niet, maar, maar Marleen wilde weten wat er achter deze deur zat en dus ging ik even voor haar kijken en toen viel de deur dicht en kreeg ik die niet meer open. Het was niet met opzet, het was per ongeluk. Je moet niet luisteren naar anderen, zegt meester Johan, heb je niet gelezen wat er op de deur staat? Verboden toegang, zegt Nienke. Ja zegt meester Johan en dat staat er niet voor niks, dat hebben wij er neergezet omdat hier heel veel dingen staan, belangrijke papieren en andere spullen en eigenlijk willen wij niet dat de kinderen hier komen en we zetten dat niet voor niks op de deur, dat is een waarschuwing en daar moet je goed om denken. Ja Nienke weet het wel, ze snapt het heel goed. Gelukkig vond ik het licht, zegt Nienke zacht tegen meester Johan, het was hier zo donker, zo donker, het leek wel nacht, ik heb me rotgezocht naar het knopje, maar gelukkig heb ik het toch gevonden. Terwijl ze dit zegt, moet ze ineens weer denken aan de woorden van mama en ze zegt; nu weet ik wat mama bedoelt. Nu weet ik het, als het donker in je hart is en je weet niet wat je moet doen, zorg dan dat het Licht aan staat, het licht van de Here Jezus. Je moeder heeft gelijk, zegt meester Johan, als Hij binnen in je hart schijnt dan zie je waar het nog te donker is, dan valt het ineens op of er slechte dingen zijn, dingen die gevaarlijk voor je zijn en dan kun je eens goed om je heen kijken en opruimen, doorgaan tot het licht overal kan komen, in elk hoekje. Luister naar de woorden van de Here God, bewaar die goed in je hart en als je nieuwsgierig bent naar dingen die eigenlijk niet goed zijn, bedenk dan heel goed of je niet in het donker komt te zitten, want soms lijkt het zo spannend en zo leuk en voor je het weet gaat het lampje in je hart uit en zit je in het donker. Onthoud heel goed, als het donker om je heen is, donker in je hart, zoek dan naar het licht, en dat licht is de Here Jezus. Maar toch, zegt meester Johan, toch is het niet goed wat je gedaan hebt, lees wat op de deur staat en wees gehoorzaam, luister niet naar wat een ander zegt, want dan zit jij met de brokken. Waar is Marleen? Komt ze je straks halen?, vraagt meester Johan. Dat hoeft toch niet meer, u heeft mij toch al gevonden, zegt Nienke verbaasd. Dat klopt zegt meester Johan, maar Marleen had jou gelijk moeten helpen, want er had van alles kunnen gebeuren, het was hier donker en koud en vreemd en misschien zelfs gevaarlijk. Daar heeft meester gelijk aan, Nienke weet het wel, ze weet het heel goed en vanaf nu zal ze beter opletten wat ze doet en niet meer gelijk luisteren naar anderen, ze rent naar de klas, dat had ze beter niet kunnen doen, nu krijgen ze allebei straf. Nienke omdat ze te laat is en Marleen omdat ze gejokt heeft. Maar het is hun eigen schuld.